
Een nieuwe elektrische auto komt zelden met de ideale laadoplossing. Vaak zit er een eenvoudige draagbare lader bij, handig als noodoplossing, maar te traag voor dagelijks gebruik. En voor de openbare laadpaal heb je meestal een aparte kabel nodig die er níét bij zit.
Geen zorgen: zo ingewikkeld is het niet. Als je een paar dingen weet, kies je in vijf minuten de juiste kabel. We zetten ze op een rij.
1. Voor de laadpaal: een Type 2-kabel
In Nederland staan de meeste openbare laadpalen “untethered”, zonder vaste kabel. Je brengt dus je eigen Type 2-kabel mee. Vrijwel alle elektrische auto’s en plug-in hybrides van na 2015 gebruiken een Type 2-aansluiting, dus daar zit je in de regel goed mee.
Heb je nog geen losse Type 2-kabel? Dan is dat het eerste wat je aanschaft. Zonder die kabel kun je bij de meeste palen simpelweg niet laden.
2. Laadsnelheid: 1-fase of 3-fase, 16A of 32A
De snelheid waarmee je laadt, wordt bepaald door de zwakste schakel in de keten: je auto, de laadpaal én je kabel. Knijp je op de kabel, dan rem je de rest af.
Let op twee dingen:
- 1-fase of 3-fase. Een 1-fase kabel laadt tot zo’n 7,4 kW. Een 3-fase kabel kan tot 22 kW aan. Laadt jouw auto 3-fase? Dan is een 1-fase kabel zonde, je laat snelheid liggen.
- 16A of 32A. Meer ampère betekent meer vermogen. Een 32A-kabel geeft je de ruimte om snel te laden waar dat kan.
Vuistregel: kies de kabel die past bij wat je auto kán, niet bij het minimum. Twijfel je? Kijk in de specificaties van je auto wat de maximale AC-laadsnelheid is.
3. De juiste lengte
Een detail dat vaak wordt vergeten, maar in de praktijk veel uitmaakt. Een kabel van 5 meter is voldoende als de laadpaal naast je auto staat. Parkeer je vaker net iets verder weg, of zit de laadpoort aan de “verkeerde” kant? Dan is een langere kabel comfortabeler. Te kort is vervelend; iets ruimer kiezen kan geen kwaad.
4. Weerbestendigheid en certificering
Je laadkabel leeft buiten. In de regen, de vorst en de zomerzon. Let daarom op de IP-classificatie: een kabel met IP65 of IP66 is stof- en waterdicht en daar tegen bestand.
Net zo belangrijk: de certificering. CE en TÜV zijn geen marketing stickers maar bewijs dat het product getest en veilig is. Bij een onderdeel dat dagelijks honderden volts geleid, wil je dat zwart op wit zien. Koop dus niet de eerste de beste naamloze kabel, maar een exemplaar met papieren.
5. Voor onderweg: een draagbare lader
Naast je vaste Type 2-kabel is een draagbare lader een slimme aanvulling. Daarmee laad je aan een gewoon stopcontact (Schuko) of een krachtstroom aansluiting (CEE), ideaal op de camping, bij familie zonder laadpaal, of als reserve voor noodgevallen.
Goed om te weten: laden via een 230V-stopcontact gaat langzamer dan via een laadpaal. Het is geen vervanging voor je Type 2-kabel, maar een waardevolle achtervang die je vrijheid geeft om overal bij te laden.
Checklist voordat je koopt
- Past de stekker bij je auto? (Type 2 voor vrijwel alles van na 2015)
- Past de capaciteit bij je auto? (1-fase of 3-fase, 16A of 32A)
- Is de lengte voldoende voor jouw parkeersituatie?
- Heeft de kabel een nette IP-classificatie (IP65/IP66)?
- Is hij CE- en TÜV-gecertificeerd?
- Is er een fatsoenlijke garantie en retourtermijn?
Vink je deze zes af, dan koop je geen kat in de zak.
Tot slot
Een laadkabel is geen onderdeel waarop je wilt bezuinigen, het is je dagelijkse verbinding met het stroomnet. Kies daarom bewust, niet op de laagste prijs.
Wat dat laatste punt betreft zijn wij bij Voldt® graag transparant: we maken onze kabels in Europa, weerbestendig en gecertificeerd, en leveren ze met 3 jaar garantie, 100 dagen retour en gratis verzending. Wat je ziet, is wat je krijgt, zonder kleine lettertjes.
Maak een slimme keuze, en laad zorgeloos verder.
